Overtoom Vroeger

Het begin

1953, 8 jaar na de oorlog, Nederland ligt dan nog grotendeels op ‘z’n gat’. Het vaderland had centen nodig. Voorzichtig krabbelde men weer overeind. Mijn vader durfde het aan om een winkel over te nemen. Op de Overtoom in Amsterdam was een winkel in kamerbreed tapijt en gordijnen die te koop werd aangeboden. Hij had kunnen sparen en hij had verstand van de branche, ‘know how’ noemt men dit tegenwoordig.

Omdat mijn vader al uit de woningtextiel kwam, wist hij zijn adresjes te vinden. Gelukkig was Amsterdam toen nogal rijk aan handelsfirma’s waar men terecht kon om in te kopen. Van heel chique bij de Firma Perlstein, op de hoek van het Leidseplein waar nu de Apple Store zit. Of bijvoorbeeld Wijers met een pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

Perzische tapijten inkopen

Voor de Perzische tapijten kon met terecht op de Leliegracht waar twee importeurs vlak tegenover elkaar zaten gevestigd. Soms mocht ik met mijn vader mee, dat was meestal in de avond. Dan belde hij aan en dan kwam de eigenaar zelf open doen. Stel je voor als kind kom je in zo’n statig grachtenpand, via de entree en gang met marmer richting de trap naar beneden om onder de gewelven te belanden. Hier en daar een spaarlampje om de boel te verlichten en de onmiskenbare lucht van Perzische tapijten. De man scharrelde ergens in een kast op zoek naar de schakelaars, en opeens gingen alle lichten aan. Overal lagen stapels Perzen om je heen, adembenemend, Ik hoorde de namen, Bochara, Shiraz, Hamaden, Bidjar en ga zo maar door. En dat allemaal uit streken waarvan je wist dat je er daar nooit zou komen.

Ook de andere firma’s hadden uitpakavonden, deze waren meestal in december. Dan werden de nieuwe collecties getoond in de toonkamers die nu showrooms worden genoemd.

 

Dit bericht heeft 2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *